Rss Feed

October, 2009

  1. Met de kinderen aan tafel

    October 27, 2009 by Katrien

    Als we Fien ‘s middags van school hebben gehaald en we zijn allemaal heelhuids in huis geraakt, kunnen we aan tafel. De kans is groot dat grote zus en broer kibbelen, haren trekken, duwen, huilen,… Ze zijn immers moe! Leuke boel dus, zo met uw drie bloeikes aan tafel een boke eten. Het kan niet snel genoeg gaan om ze daarna in hun bed te zwieren.

    Als ze moe zijn wordt er niet zo bijster veel gegeten. Door Fien toch niet, Klaas steekt altijd wel wat weg! Maar als ze allebei nog redelijk op hun benen kunnen staan en nog zelf willen kiezen wat ze tussen hun boke willen, dan kan moeder werken! Boterhammen smeren voor uitgehongerde beren, dat is een olympische sport op zich. Het ene boke is nog niet op of het andere wordt al gevraagd. En sinds Trijn ook bokes eet, moet er dus een tandje worden bijgestoken.

    En wonder boven wonder… Als er klinkt “Ik heb genoeg gegeten”, klimmen ze van hun stoel en beginnen ze te spelen alsof ze nog bakken energie over hebben. Gelukkig weet moeder beter. Na een half uur spelen vliegen ze hun bedstee in!

    ‘s Avonds is het alweer van dat: Aan tafel met drie kleine kinders.
    De jongste brult de longen uit haar lijf. Al zeker een half uur, want madam heeft honger en het eten is nog niet klaar. Zomaar een borst boven toveren tijdens het potten roeren, daar doe ik trouwens niet aan mee. Efkes wachten vooraleer de patatten er zijn, daar is nog niemand van doodgegaan.
    Enfin, potten op tafel, kinderen aan tafel, bavetten voorknopen en gaan met die hakmachine!
    Bordjes vullen, vlees snijden, patatten wat kleiner kappen, bordjes voorschotelen, glaasjes vullen,…
    Om dan uiteindelijk ook het bordje van de kleinste pruts te vullen.
    Ofwel uit haar handje, ofwel van het lepeltje, maar met de pot mee-eten doet ze. Dat scheelt al een hoop gedoe ‘s avonds.
    Als het van “eten geven” is (zoals vanavond), dan is er geen tijd om zelf te eten.
    En dus ben ik blij als ze na het avondeten nog eventjes braaf willen zijn zodat ik zelf eventjes kan eten. Dat moet niet lang duren… ik heb ondertussen de slechte gewoonte ontwikkeld om mijn eten in vijf minuten door mijn strot te jagen.  En ik moet er op letten dat ik dat niet doe als ik wél de tijd krijg om te eten…

    Slechte manieren, ge zijt daar snel mee weg. Ze afleren, da’s een ander paar mouwen.


  2. Een gegeven paard…

    October 21, 2009 by Katrien

    Gooit Miestaflet me toch wel een award in de schoot zekers? (Waarvoor dank trouwens. ;) )
    Kwestie van aanzetten tot bloggen, kan dat wel tellen. Maar ‘t pakt toch. Want ziehier… ik doe mijn duit nog eens in het blogzakje.

    Goed, van uitstel komt afstel dus zet ik me alvast sc(h)rap in de schrijfblokken:
    Tien dingen die u misschien niet over mij weet:

    1. Ik studeerde één jaar pedagogische wetenschappen in Leuven. Tweede zit aan mijn been; gestudeerd en ‘m uiteindelijk niet gedaan. Ik studeerde? één jaar pedagogische wetenschappen in Gent. Ik heb de eerste zit niet meegedaan.
    Dat jaar Gent was hels. Op een massakot in de Savaanstraat. Twee mensen uit Antwerpen, 1 uit Limburg, 10 uit Oost Vlaanderen en echt 30? man uit West Vlaanderen. Ik moet u waarschijnlijk niet vertellen dat ge na tien keer wablieften liever de mensen probeert te omzeilen uit schrik dat ge ze weer niet gaat verstaan. Die West Vlamingen onder elkaar, ge verstaat daar geen bal van! En dus kwam ik mijn kot nimeer uit, behalve om naar de les te gaan en naar de winkel. In Leuven had ik veel mensen waar ik het mee kon vinden, in Gent is dat nooit gekomen en dus zat ik zielsalleen in Gent naar mijn gevoel.
    Maar ‘t is nog goedgekomen met mij. Nadien heb ik in drie jaar op mijn kousevoeten mijn opleiding kleuteronderwijs afgemaakt.

    2. Initieel wilde ik juweelontwerp en edelsmeedkunst studeren, maar dat hebben ze mij uit mijn hoofd gepraat thuis.

    3. Ik ben een nagelbijter en ik vind dat zeer spijtig.

    4. Eigenlijk was ik een vrij brave puber, maar mijn ouders hebben desalniettemin afgezien met mij. Ik kroop als 14 jarige door mijn raam op het platdak als ik kwaad was. Ik ben ook eens het huis uitgelopen na een “ruzie” thuis. Op mijn blote voeten. De struiken naast het huis ingedoken en iedereen voorbij zien komen die naar mij op zoek was. Mijn naam is véél geroepen geweest. Er werd op straat gezocht. Ik zag mijn vader vertrekken met de auto en terugkomen. Kort daarna ben ik terug binnengewandeld met een “hah, jullie hebben mij toch niet gevonden-gevoel” en dat was net op tijd. Vaderlief was immers de buurt gaan afzoeken en ze stonden klaar om de politie te bellen.
    Ik denk dat ik daar wel een tijdje heb gezeten in die struiken…

    5. Ik ben mijn ouders zeer dankbaar dat ze mij naar de Steinerschool gestuurd hebben. Ik geniet nog na van de heerlijke tijd die ik er mocht beleven. Ik heb er véél geleerd ook. Leren om te leven.

    6. Als het aan mij alleen lag, dan kwamen er hier vijf kinderen. (Al is daar absoluut niks rationeels aan hoor.)
    Maar… manlief wil er geen vijf én voor alle omhooggetrokken wenkbrauwen en diepe voorhoofdsfronsen, bedenkelijke blikken en “meiske toch, da’s ni van deze tijd”- reacties moet ik het nu ook niet doen.

    7. Ik ben met mijn eerste lief getrouwd. 22 was ik toen het koekenbak was. Laatbloeier of zeer kieskeurig?

    8. Ik heb als zesjarig kind heel wat tijd doorgebracht in Jan Palfijn en in Gasthuisberg. Een maand na mijn zevende verjaardag voerden ze een lobectomie uit aan de rechterkant ‘s mijnens longen. Een operatie waarvan ze niet wisten waar het zou eindigen. Het was van kijken en zien wat er moet gebeuren.
    Hartcatheterisatie, bronchoscopie, bronchografie, drains, nietjes, draadjes, en nog veel meer dingen die ik me iets minder goed herinner werden mijn deel.
    Véél later hoorde ik dat mijn ouders bang hadden om mij te verliezen. Het communiekleedje dat ik destijds koos, was razend duur. Ze kochten het toch voor mij met het idee dat als ik mijn eerste communie niet zou halen, ze mij erin konden begraven.
    Op mijn 16de werd ik genezen verklaard en op mijn 18de onderging ik plastische chirurgie om het litteken te corrigeren. Dat was namelijk vergroeid met mijn spieren waardoor mijn rechterarm niet goed meer omhoog kreeg.

    9. Ik vind trouwfeesten eigenlijk niet leuk. Ge zult mij ook met geen stokken op den dansvloer krijgen. Daar heb ik nu eens écht een bloedhekel aan. Als ik nu niet het gevoel zou hebben dat ge op nen trouw moét dansen, dan zou ik dat al stukken toffer vinden.

    10. Ik kon mijn twee benen in mijn nek leggen vroeger. Nu ben ik al blij als ik dat nog met één kan. (Niet dat ik dat elke week test hoor!)

    Kom, als extraatje doe ik er nog twee bovenop:

    11. Ik bouwde als twaalfde klasser (6de middelbaar) eigenhandig een draailier onder het goedkeurend oog van mijn grootvader. Dat was het praktische deel van mijn eindwerk.

    12. Hier staat een viool die elke dag treurig in haar kist blijft zitten. Van mijn 10de tot mijn 14de en van mijn 15de tot mijn 20ste heb ik dat héél graag gedaan. Sindsdien is het door de tijdsverdeling wat triestig gesteld met de viool.

    Zo, ik heb mezelf even een beetje in m’n nakie gezet voor jullie.

    Jennifer, plak deze award maar op je blog! Je mag het hebben met je twee snuggere kereltjes. Leuk om lezen hoe anders we zijn en die andere keer toch weer niet.

    Savooi, ik ken u al gigantisch lang en goed en ik ben daar zeer blij om. Maar omdat ik u zo graag lees, krijg je deze award erbij.

    Maaike, jij valt ook in de prijzen. De tubtrugs hebben we aan jou te danken. En gewoon omdat je postjes zo “ah ja… hier ook” klinken. Een beetje thuiskomen dus. ;)

    Oef! Is ‘t me gelukt?


  3. Verrast!

    October 1, 2009 by Katrien

    18u05:
    De tafel is gedekt, drie kinderen zitten klaar in aanvalspositie. Eén pot staat nog op ‘t vuur. De laatste bavet wordt aangeknoopt.
    En dan gaat de bel.
    Ik haast me naar de trap en loer naar beneden om te zien wie er voor de voordeur staat. Door het ribbelglas kan ik niet exact zien wie het is, maar ‘t lijkt geen leurdersgedoe (dat kan ik op zo’n spitsmomenten missen als kiespijn) dus besluit ik maar om de deur open te doen.

    ‘t Is meer dan vier jaar geleden dat ik ze nog zag. Ze vertrok in mei 2005 immers voor enkele maanden naar Peru. Vrijwilligerswerk gaan doen. Ik herinner me nog vaag dat ze ging terug zijn rond de tijd dat Fien geboren moest worden. Eind maart 2006 dus. Maar maart passeerde en ze bleef in Peru.
    Ondertussen zijn er al enkele jaren voorbij, heeft ze ginder ne vent opgeschaard en hebben ze samen een zoontje.

    1 oktober 2009, vandaag bij benadering, landden ze om 14u40 in Zaventem. De dagen vliegen hier en ik had dat niet op de kalender geschreven. Groot was de verrassing toen ze amper een paar uur later aan mijn deur stond.

    Een moment later stond ze tussen alle kinderdrukte in mijn keuken. Ze ziet er goed uit, vermoeid… dat wel, maar wat wil je als je een vlucht vanuit Peru achter de kiezen hebt?
    Uiteraard staat ze hier niet voor niks. Ze doet haar verhaal dat ik met moeite kan volgen.
    Ik schrijf mijn gsmnummer op, geef haar mijn gsm mee en wuif ze wat later terug uit, lichtjes vereerd dat ik de eerste van de oudleiding ben die haar heeft teruggezien.

    Morgen springt ze binnen met man en kind, krijg ik mijn gsm terug en hebben ze hopelijk hun achtergebleven koffer(s) terug.

    Welkom terug! En véél succes met de aanpassing in ons apenlandje.